Actueel, de Klimaatboom!
Een compleet concept van totale ontzorging!

> Snoeien

Alles over snoeien

Honderd jaar 
Een gezonde honderdjarige boom hoeft geen uitzondering te zijn. De sleutel tot succes ligt in de juiste selectie van uitgangsmateriaal, een vroege aanvang en een. regelmatig en langdurig voortzetten van het onderhoud. Het eindresultaat van deze inspanningen is ook voor de generaties die volgen.


Als expert op gebied van het snoeien van zowel jonge als monumentale bomen biedt Pius Floris een breed aanbod aan snoeimethoden. Wij bieden altijd de juiste methode voor uw situatie. In het onderstaande overzicht vind u meer informatie over de diverse snoeimethoden die Pius Floris Boomverzorging te bieden heeft. Gezonde bomen leven langer en kosten minder. Bomen snoeien is daarbij van essentieel belang. Pius Floris Boomverzorging helpt u om uw bomen gezond te houden. Bij het snoeien van bomen houden onze gecertificeerde boomspecialisten rekening met een aantal factoren, zoals de leeftijd en het karakter van uw bomen. Veel van deze snoeimethoden zijn in eigen huis ontwikkeld, gebaseerd op jarenlange praktijkervaring.


Pius Floris Boomverzorging biedt de volgende snoeimethoden:

Vinkje Jeugdsnoei Vinkje Volwassensnoei
Vinkje Begeleidingssnoei Vinkje Veteranensnoei
Vinkje Voortgezette begeleidingssnoei Vinkje Wisselsnoei
Vinkje Gebruikssnoei Vinkje Vormsnoei
Vinkje Uitdunsnoei Vinkje Achterstallig onderhoud

Jeugdsnoei
De methode van jeugdsnoei is gelijk aan die van begeleidingsnoei en wordt uitgevoerd met behulp van een stokzaag. Het doel is om een boom met één doorgaande stam te creëren en door middel van snoeien de concurrerende takken naar de doorgaande top te voorkomen/verwijderen. Alle takken beneden de gewenste opkroonhoogte maken deel uit van de tijdelijke kroon. Tijdens de jeugdsnoeifase wordt ernaar gestreefd om de boom zich zodanig te laten ontwikkelen dat deze een stevig “skelet” vormt om de toekomstige kroon te kunnen blijven dragen. In deze snoeifase wordt voorkomen dat zich dikke takken in de tijdelijke kroon ontwikkelen.

 

Begeleidingssnoei
De methode van begeleidingsnoei is gelijk aan die van jeugdsnoei en wordt uitgevoerd met behulp van klimtechnieken of een hoogwerker.
Doel: het verkrijgen van een éénstammige boom met de voor die locatie gewenste takvrije stam. Het voorkomen/verwijderen van concurrenten van de doorgaande top. Alle takken beneden de gewenste opkroonhoogte bevinden zich in de tijdelijke kroon.  Alle takken boven de gewenste opkroonhoogte bevinden zich in de blijvende kroon. De boom mag boven de gewenste opkroonhoogte beginnen met de ontwikkeling van gesteltakken. In de blijvende kroon worden alleen nog probleemtakken verwijderd en takken die neigen naar overlast voor de huidige en toekomstige gebruikers van de ruimte rondom de boom. Behoort de boom tot de hoofdstructuur dan gelden na de begeleidingsnoei verdergaande zorgfasen. Te weten: doorgaande begeleidingsnoei, volwassensnoei (periodieke uitdunsnoei) en eventueel veteranensnoei.

 

Voortgezette begeleidingssnoei
Doel: het voorkomen van dubbele toppen tot minimaal de helft van de uiteindelijke boomhoogte, zodat de boom kan uitgroeien tot een éénstammige boom met relatief lichte zijtakken. Door deze snoeimethode consequent uit te voeren wordt er een boom gecreëerd die een zeer hoge leeftijd kan bereiken zonder vroegtijdig een gevaar voor de omgeving te vormen. De zware zijtakken van de co-dominante boom kunnen na verloop van tijd hun last niet meer dragen. Ze zullen doorbuigen tot het breekpunt wordt bereikt.

Honderd jaar. Een gezonde honderdjarige boom hoeft geen uitzondering te zijn. De sleutel tot succes ligt in de juiste selectie van uitgangsmateriaal, een vroege aanvang en een regelmatig en langdurig voortzetten van het onderhoud. Het eindresultaat van deze inspanningen is ook voor de generaties die volgen.



Gebruikssnoei
Doel:
 het verzorgen van de blijvende kroon van de boom.

Het onderscheid tussen gebruiksnoei en volwassensnoei:
De boom heeft zijn gewenste opkroonhoogte bereikt. Vanaf nu begint de boom met de vervulling van de functie waarvoor hij is aangeplant. Vanaf dit moment bevindt de boom zich in de gebruik fase, tenzij de boom tot de hoofd groenstructuur behoort (zie voortgezette begeleidingsnoei). In deze adolescente, jong volwassen fase, heeft de boom echter veelal nog niet zijn volwassen eindbeeld bereikt. Een voorbeeld: Een 20-jarige populier in een laan gaat bij een boomhoogte van ongeveer 14 meter over van begeleidingsnoei naar gebruiksnoei. Dit is echter pas de helft van zijn uiteindelijke boomhoogte, circa 28 meter na 40 tot 50 jaar.
Bij het bereiken van de uiteindelijke boomhoogte komt de boom in de overgangsfase naar volledige kroonontwikkeling totdat deze “volwassen” is. Dit betekent een verandering in de groeiwijze van de boom en luidt tevens de volgende zorgfase in: De volwassen zorgfase, periodieke uitdunsnoei afgewisseld met gebruiksnoei.

 

Uitdunsnoei monumentale bomen
Doel: het duurzaam in stand houden van monumentale bomen in hun volwassen fase.
De hoogtegroei is nagenoeg ten einde, de boom is volwassen. De gesteltakken worden zwaarder en zakken langzaam uit, de eerste lichtspleten verschijnen bijna in de kroon. De buitenste rand vertoont een strakke contour door de hoge twijgbezetting, de binnenkroon begint te verdwijnen en de groeipunten aan de takuiteinden zijn gespleten, oftewel codominant geworden. Dit is het moment om de uitdunsnoei in te voeren en zodoende de onvermijdelijke aftakeling fase zo lang mogelijk uit te stellen. Hierdoor wordt de functievervulling van de monumentale boom geoptimaliseerd en verlengd tot er in de omgeving een nieuwe generatie oude bomen is ontstaan.

 

Volwassensnoei
Doel: het duurzaam in stand houden van oudere bomen, monumentale bomen in hun volwassen fase.
De volwassensnoei is een periodieke uitdunsnoei en deze is erop gericht de boom binnen zijn definitieve kroonafmetingen de benodigde groeiruimte en overlevingswaarde te bieden. Als er vanuit mag worden gegaan dat bomen worden aangeplant met als primair doel uit te groeien tot een soortgebonden volwassen vorm, dan moet worden vastgesteld dat hier nog veel werk te verrichten is. De kosten die gemaakt zijn om een boom aan te planten en gedurende de verschillende fasen te onderhouden, rechtvaardigen een voortzetting van dit beleid in de volwassen fase.


De volwassensnoeifase
De hoogtegroei is nagenoeg ten einde, de boom is volwassen. De gesteltakken worden zwaarder en zakken langzaam uit, de eerste lichtspleten verschijnen bijna in de kroon. De buitenste rand vertoont een strakke contour door de hoge twijgbezetting, de binnenkroon begint te verdwijnen en de groeipunten aan de takuiteinden zijn gespleten, oftewel codominant geworden. Dit is het moment om de periodieke uitdunsnoei in te voeren en zodoende de onvermijdelijke aftakeling fase zo lang mogelijk uit te stellen. Hierdoor wordt de functievervulling van de boom geoptimaliseerd en verlengd tot er in de omgeving een nieuwe generatie oude bomen is ontstaan. Op deze wijze blijft er structureel een generatie volwassen bomen behouden.
Snoeiregels periodieke uitdunsnoei: snoei aan de buitenzijde van de kroon.

 

Veteranensnoei
Doel: het zolang mogelijk behouden van monumentale bomen, ook nadat bepaald is dat de boom in zijn volwassen verschijningsvorm niet langer te handhaven is.

Groeiend ecologisch belang van de boom
In deze fase van langzaam terugsterven van de kroon, vervult de boom een groeiende rol in de ecologie van de bebouwde omgeving. In deze fase zullen vele insecten, vogels en kleine zoogdieren gebruik maken van de boom. De boom zal kroondelen gaan afstoten om vervolgens vanuit de teruggezette gesteltakken nieuwe groei te genereren en ons verbaasd doen staan over zijn vitaliteit. De boom zelf zal een karaktervolle, door de tijd getekende, monumentale verschijning worden. Met de juiste verzorging zal de boom nog jarenlang zijn functie kunnen uitoefenen en in ecologisch opzicht zelfs versterken.

De gevaarzetting als bepalende maat
In onze moderne stedelijke omgeving zal een veteranen boom veelal niet kunnen overleven, de standplaats zal het niet toelaten. De gevaarzetting van de omgeving van de boom is hierbij de bepalende factor. Des te belangrijker maakt dat de enkelingen waarbij de levenscyclus wel afgerond kan worden. Speciaal voor deze groenmonumenten is de veteranen zorgfase ontwikkeld.

 

Wisselsnoei
Doel: het zodanig verzorgen van vormbomen dat de sap- en de voedselstroom niet wordt onderbroken en de levensverwachting wordt geoptimaliseerd.

Waarom wisselsnoei?
Door de toepassing van wisselsnoei ten opzichte van het traditionele knotten (het geheel verwijderen van de kroon) is de boom nu in staat om “aan de groei” te blijven, in het voorjaar heeft de boom nog altijd de beschikking over de helft van zijn bladmassa. In tegenstelling tot bij het knotten wordt bij wisselsnoei de verdamping van water via de bladeren slechts gehalveerd in plaats van geheel onderbroken en blijft de voedselvoorziening gewaarborgd. De aanzuigende werking van de verdamping houdt de opgaande sapstroom en de opnamecapaciteit van de wortels op gang. Door de toepassing van wisselsnoei wordt de stress voor de vormboom verminderd.

 

Achterstallig onderhoud
Om achterstallig onderhoud efficiënt uit te voeren is het volgende snoeimodel ontwikkeld: bij de eerste inventarisatie wordt de boom opgenomen in het systeem. De boomonderhoudfase wordt bepaald aan de hand van het eindbeeld van de boom en zijn locatie. Dit levert de gewenste opkroonhoogte, de grens tussen de tijdelijke en de blijvende kroon.

Achterstand bepalen
Om de achterstand in het boomonderhoud te kunnen bepalen, moet deze in het veld worden opgenomen.
Daarvoor is een methode ontwikkeld. Deze is afgeleid van het model waarbij de achterstand wordt gemeten door boomhoogte in meters te vergelijken met takdikte in centimeters. Dit model gaat uit van de stamdikte onder de plaats van aanhechting om meettechnische redenen. Het is simpelweg makkelijker en nauwkeuriger in te schatten vanaf de grond. Een boom heeft achterstand als zich in de tijdelijke kroon een tak bevindt die dikker is dan 1/3 deel van de stamdiameter onder de plaats van aanhechting.


Vormsnoei
Om diverse redenen worden bomen in een bepaalde vorm gesnoeid. Veelal heeft dit een cultuurhistorische achtergrond. Meestal is de oorspronkelijke reden niet meer duidelijk of functioneel, maar wordt het vanwege het beeld en de historie nog wel uitgevoerd. Een leilinde fungeert bijvoorbeeld zelden nog als zonnescherm. Een knotboom wordt niet meer in stand gehouden voor het afkomende geriefhout. Toch zijn we eraan gewend en vinden het bijzonder. Bovendien kunnen vormbomen een groen aanzien bieden op plaatsen waar natuurlijke boomvormen niet acceptabel zijn, bijvoorbeeld vanwege een beperkte groeiruimte.

We onderscheiden de volgende vormfasen:

1. Leiden
Normaliter worden jaarlijks alle jonge uitlopers teruggeknipt tot op het oude hout. Een alternatief om de boom constant te laten doorgroeien is de toepassing van wissel snoei. Hierbij wordt jaarlijks 50% van de bladmassa verwijderd. Bij elke snoeibeurt worden alle tweejarige scheuten weggeknipt.


Leibomen vergen jaarlijks onderhoud
De kosten voor het aanleggen en het onderhouden van leibomenbeplanting zijn aanzienlijk. Het voordeel van deze beplantingsvorm is echter dat de verschijning en de uiteindelijke maat van meet af aan duidelijk is. De uiteindelijke vorm wijkt wat het ruimtebeslag betreft niet veel af van de beginsituatie. Ook aantastingen en vormen van overlast zijn bij leibomen eenvoudiger te bestrijden.

 

2. Knotten
Bij het knotten van bomen worden om de 4 tot 6 jaar alle takken afgezet. Een alternatief om de boom minder te belasten is de wissel snoei. Hierbij wordt om de 4 jaar de helft van de bladmassa weggenomen. De dikste takken eerst.

Historisch perspectief
Knotten van bomen als cultuurmaatregel kan geplaatst worden in historisch perspectief. De redenen om tot het knotten van bepaalde bomen over te gaan waren legio. Alle handelingen aan knotbomen hadden een praktisch doel. Heden ten dage wordt nog geknot om een oude cultuur en een bepaalde landschappelijke waarde te behouden. Knotten van bomen is hierbij een kostbare handeling geworden. Het afkomende “geriefhout” kent immers nauwelijks nog afzet.

Nieuwe toepassingen voor knotbomen
Knotten heeft een nieuwe toepassing gevonden door de vele nieuwe bolvormen die kunnen worden aangeplant op locaties met een beperkte bovengrondse groeiruimte.

 

3. Scheren
Naast het knotten en leiden (knippen) kan de boom ook nog geschoren worden tot een blokvorm. Vooral in een symmetrische omgeving als een strakke tuin of een binnenplaats kan de geschoren blokvorm een bijzonder effect creëren. Soms is het ook een tijdelijke oplossing als er feitelijk sprake is van een verkeerde soortkeuze of plantplaats.
 

4. Herhaald kandelaberen
Hierbij zijn er twee opties:  het om de 4 tot 8 jaar verwijderen van de nieuw ontwikkelde kroon. Of het om de 4 tot 8 jaar toepassen van wisselsnoei. Door de toepassing van wisselsnoei kan de boom met zijn gehalveerde bladmassa de verdamping op gang houden en daarmee belangrijke levensprocessen als wondafgrendeling en groei. De snoeishock ten opzichte van het compleet verwijderen van de kroon wordt door wissel snoei meetbaar verminderd.
 

5. Herstel kandelaberen
In sommige gevallen is het mogelijk om, na zorgvuldige selectie van opnieuw uit te groeien gesteltakken, de kroon weer in de oude glorie te herstellen.

Voorwaarden daarbij zijn:
• de boom mag niet te oud zijn;
• de soort moet geschikt zijn;
• de reeds gevormde wonden mogen niet te groot zijn;
• het kandelaberen mag niet te vaak zijn uitgevoerd.

Pius Floris Boomverzorging is sinds haar ontstaan een groot voorstander van het zoveel mogelijk behouden van bomen in hun natuurlijke verschijningsvorm.

 

6. Eerste maal kandelaberen
Bij het kandelaberen van een boom wordt de gehele kroon sterk teruggezet. Alle gesteltakken worden op ongeveer 1 meter van de stam verwijderd. De boom zal vervolgens een nieuwe, beperktere kroon gaan ontwikkelen die om de 4 tot 6 jaar zal moeten worden afgezet. Dat wil zeggen indien de boom de aanslag overleeft.  Kandelaberen is het verwijderen van de kroon van een boom na gebleken disfunctie, overlast of wijziging van de omgeving waardoor de boom in zijn huidige vorm niet langer wordt geaccepteerd. Naarmate een boom ouder is, wordt de maatregel bedreigender. Globaal kan worden gesteld dat het kandelaberen van bomen niet wenselijk is en na circa 30 jaar als boomverminking moet worden gekwalificeerd. Bomen kunnen weliswaar nog wel uitlopen en een nieuwe kruin ontwikkelen, maar de wortelsterfte die na het kandelaberen ontstaat, noodt de beheerder doorgaans de bomen binnen 25 jaar te verwijderen in verband met het toenemende gevaar voor windworp. In tegenstelling tot bijvoorbeeld knotten is kandelaberen geen cultureel geaccepteerde beheervorm maar veeleer een noodmaatregel.

In veel gevallen is het kandelaberen van bomen de eerste stap richting het verwijderen van de boom. Een soort van versnelde aftakelingsfase. Er is meestal geen weg meer terug, zeker niet na herhaling van zetten. Veel gemeenten hanteren de verplichting tot het aanvragen voor een kapvergunning voor het kandelaberen van bomen.


Snoeicursus
Sommige snoeimethoden kunt u prima zelf verzorgen. Het is alleen belangrijk dat betrokken medewerkers allemaal op dezelfde manier te werk gaan. Wij ondersteunen u daarbij met speciale, eendaagse snoeicursussen, op een locatie bij u in de buurt. Informeer naar de mogelijkheden. Kijk hier voor een vestiging bij u in de buurt. 



Meer weten? 
Wilt u meer weten over het snoeien van de bomen waar u verantwoordelijk voor bent? Neem contact met ons op voor een vrijblijvende inventarisatie en scherpe offerte.
 



> Boomverplanting en aanplant

> Bliksemafleiders in uw bomen

> Groeiplaatsverbetering

> Ziekte en plaag bestrijding

> Flora- en faunawet



Loading page...